Logo EWMM
transparentHomeSiteBalkenThemenBalkenTermineBalkenBibliographieBalkenLinksBalkenKontaktBalkenSuchen

transparent

Themen:
NewsManualmedizinRöntgenVeranstaltungen 

Veranstaltungen

 

Manualmedizin
Behandlungskonzept bei ADS

Einige kritische Anmerkungen zum medikamentösen 
Behandlungskonzept bei ADS

Dr. Editha Halfmann

Voordracht van Dr. med.Editha Halfmann arts voor kinder- en jeugdgeneeskunde Poppenbüttelerweg 181 *22399 Hamburg
arts manuele geneeskunde
8e ewmm-congres Potsdam 31 maart - 1 april 2000

vertaald door Sandra Jorna - manueeltherapeut - Zuidlaren
Henk Mohr - manueeltherapeut - docent ewmm - Ede (cursieven zijn van de vertalers)

Omdat meerdere mensen te kennen hebben gegeven, dat Duits lezen problemen voor hen meebrengt, is deze voordracht vertaald. De manuele therapie hanteert begrippen en uitdrukkingen, die door veel medici niet worden gebruikt. Deze onbekendheid was een extra reden deze voordracht beter leesbaar te maken.

Geachte dames en heren!,

"KISS, de storingen in de symmetrische ontwikkeling t.g.v. functiestoornissen in de bovenste nekgewrichten, ligt iedereen op het puntje van de tong", zei onlangs de leidende arts in een kinderziekenhuis, "maar wat is daarmee aan de hand?"

"Hopelijk geen modeverschijnsel", beantwoordde een andere kliniekchef bezorgd, die door mijn verkorte standpunt in een pediatrisch tijdschrift reageerde op mijn vraag:
Wat is KISS?
Nieuwsgierig geworden, wilde men daarover meer weten.
In een lezerscolumn eiste een collega, het effect van de manuele therapie te bewijzen, mogelijk op basis van evidentie.
Ik verzekerde hen, dat ik het ook aangenaam zou vinden deze eis in te willigen. Dan zou ik de vele sceptici kunnen geruststellen, zij die dit ziektebeeld in twijfel trekken en daarmee de diagnose en therapie verhinderen, respectievelijk contraproductief werken, als betroffen ouders ze om een "tweede mening" vragen.

Zij eisen wetenschappelijkheid, controlegroepen, evalueringen etc. maar spreken ondertussen, dat ze in de werkzaamheid "niet geloven".
Hier kan ik alleen erop wijzen dat medicijnen en biologie geen theologische disciplines zijn, maar gebruik maken van waarneming, feiten verzamelen, verzamelen van samenvattingen, die in sociaal wetenschappelijke vakken allang normaal zijn.
Het wachten op de wetenschappelijk gefundeerde werkzaamheid heeft tijd nodig, die we voor de ene casus, die we willen beïnvloeden, niet hebben.

Een ziekenhuisopvoedkundige beschreef treffend, dat de erkenning van het ziektebeeld KISS uit de praktijken naar de universiteiten loopt, en daarmee de omgekeerde weg, zoals anders gewoonlijk gaat.
En hij ziet daarin gedeeltelijk een verklaring, waarom onze vakverenigingen, b.v. die voor neuropediatrie, het moeilijk hebben met de erkenning van het ziektebeeld.

Dames en heren: gesproken over universiteiten en hun afgevaardigden, die de opdracht van de wetenschappelijke ontwikkeling en het onderwijzen hebben, ja ook de daarvoor benodigde middelen kunnen aanvragen.
Van hen heb ik ter beantwoording van de fenomenen, die KISS-kinderen aanbieden, nog steeds geen hulp ontvangen, ook door hen wordt een afwachtende houding en de hoop op het recht- groeien aanbevolen.
Interessant genoeg vragen ook zij van mij studies met controlegroepen e.a.
Maar als gevestigd arts en pediater volg ik Ivy McKenzie, die zegt:
De arts houdt zich in tegenstelling tot de wetenschappers bezig met vooral een uniek organisme, namelijk dat van de mens, die zijn identiteit onder moeilijke omstandigheden behouden wil.
Het KISS-syndroom ligt mij sinds jaren aan het hart, want de groep kinderen, die de kinderarts met hun gestoorde gedrag zoals langdurig huilen, gedeeltelijk volledig tevreden, opistotone overstrekking, weigeren van de borst, zogenaamde 3-maandenkrampjes, onrust, slaapstoringen etc. vanaf het begin aan bezig houden, breiden zich steeds meer uit.
Net als de groepen van kinderen, veel later dan zuigelingenleeftijd, die moeilijkheden op de basisschool hebben, die opvallen door een gering concentratievermogen, over zwakke perceptie beschikken, in het bijzonder de audiovisuele en de normale dagafloop moeilijk verwerken.
Waarvan coördinatie in grove- en fijne motoriek niet volgens leeftijd ontwikkeld is.
In de anamnese van deze kinderen vallen dezelfde dingen op bij de geboorte en in het eerste levensjaar met betrekking op sensomotorische, auditieve, emotionele en motorische ontwikkeling.

In de laatste week zag ik kinderen, die ik als de late gevolgen van KISS diagnostiseerde:
Mannelijk, slapende zuigeling, 10 weken oud, op de arm van zijn moeder.
Vast tegen haar bovenlichaam aangeduwd, zodat nog net de neus uit de warme deken naar buiten keek.
Bericht van de moeder:
· Huilduur tot 4 uur aaneen.
· Ze was iedereen dankbaar, die haar het kind even afnam.
· Het liefst zou zij het "achter het behang plakken", hoewel ze dat uiteindelijk natuurlijk niet deed.
· Onvermogen rustig te liggen, niet aan de borst en niet op de kommode.
· Onrustig.
· Haastig pakken naar de borst, om de tepel dan uit te rekken, ze los te laten, om opnieuw naar haar te grijpen.
· Op de arm gehouden: overstrekken naar achteren.
· Tijdens het slapen in ruglig: draaiing van het hoofd naar rechtsboven.
· Onvermogen het hoofd naar links te draaien.
· Winderigheid.
Zwangerschap:
Sterke pijn in de onderbuik en rugpijn,
In de zevende zwangerschapsmaand symfyse instabiliteit.
Geboorte:
5 Dagen na de uitgerekende geboortedatum spontaan, voortijdig breken van de vliezen, geboortestilstand, dan na incisie en één perswee geboren.
Geboortegewicht: 4000gr. -lichaamslengte 54 cm- hoofdomvang 36 cm..
Onderzoek:
Hoofd op de rechterschouder gelateroflecteerd.
Kijkt naar links, sterke, links convexe scoliose van het bovenlichaam, met verkorte zijde rechts, de heup is naar rechts gedraaid, de heupen en benen gebogen. Linkerhand met vaste vuist, pronatie. Achterhoofd rechts afgevlakt.
Bij palpatie van de nekregio, paniekerig huilen, met inbegrip van de Mororeflex, alle houdingsreakties volgens Vojta abnormaal voor het aanbanen van de linkerzijde.
Bij rotatie van het hoofd naar links, opnieuw paniekerig huilen. Passief geen mogelijkheid, de hoog cervicale regio te onderzoeken, zonder geweld te gebruiken.
Blokkades van de thoracale wervelkolom aangetoond.

Jennifer, 7,5 jaar oud
Gaat verder bezig met een puzzel. Als ik de ruimte betreed en mij voorstel aan de moeder en dochter, kijkt zij niet op. Ligt daarbij bijna met haar hele bovenlichaam op de ondergrond. (Hier: onderzoektafel, later ook op mijn bureau.)
Bericht van de moeder:
De lerares heeft de moeder erop gewezen, dat het kind "erg gespannen"was. De pengreep was te vast, haar acties en reacties overdreven, geen grenzen kennen. Ze is een goede leerling en kon goed met iedereen opschieten, hoewel niet iedereen haar graag mocht. Ze is vrolijk en vriendelijk.
De lerares gaf de aanbeveling, een fysiotherapeute op te zoeken.
De moeder is verrast, omdat zij al altijd het gevoel had, dat met het kind iets niet klopte, ze was in al haar statomotorische ontwikkelingsstappen vertraagd geweest.
Had niet willen rijden op een autootje, ( omdat ik een meisje ben), ligt graag op de grond, houdt van water, kan geen veter strikken. Ze had herhaaldelijk een kinderarts daarop aangesproken. De laatste keer- na het bericht van de mededeling van de lerares - heeft de dokter gemeend: met moeder en dochter klopte het al langer niet, en mocht ze zich een afspraak voor een uitvoerig gesprek laten geven.
Opmerking in het "gele voorzorgonderzoekschriftje": Onderzoek 4 asymmetrische houding, Onderzoek 5: exorotatie linker been.
Bericht van de fysiotherapeute:
1. Algemene hypotonie
2. Tijdens balanceren versterkte concentratie nodig
3. Net zoals bij monopedale onderzoekingselementen. De in de weg liggende voorwerpen brengen haar uit haar concentratie.
4. Slappe gezichtsmusculatuur, verminderende tongcoördinatie
5. Rechterbeen en voet vaak in exorotatie
6. Aanloop en remmoeilijkheden
7. Lichaamseigen waarneming gereduceerd
Zwangerschap: onopvallend
Geboorte: 38(+5dg.) zwangerschapsweken, voortijdige breken van de vliezen, navelstreng om de hals (1x), pathologische CTG, bemoeilijkte baarmoederhalsstand, VE van bekkenmidden uit achterste achterhoofdsligging, Apgar 8/9/10
Onderzoekingsbevindingen:
Direct aangesproken, zie ik een vriendelijk coöperatief meisje, dat iets te onstuimig antwoord en daarbij de mond tijdens het spreken tonisch spitst, rechtshandig. Dysdiadochokinese links bij eenzijdige test, bizarre bijbewegingen van de linkerhand en van de linkerarm tijdens motoskopische onderzoeking tijdens lopen, zijwaarts huppelen links in het begin ongecoördineerd, FDO links met gestrekte vingers en meebewegingen van de tong, PSR links ten opzichte van rechts diskreet verminderd, ASR g.b., v.a. Strabismus rechts, moeilijkheden een lampje aaneengesloten met de ogen te volgen. Hoofd iets op de rechterschouder geknikt. Taillesilhouet rechts contour, links verstreken, ISG links geblokkeerd, bekken rechts naar voren gekanteld, pijn bij palpatie hoog cervicale gewrichten beiderzijds, geen hoofdpijn.
Toen ik de moeder van de onderzoekingen berichtte, herinnerde ze zich de aanwijzing van de orthopeed, dat er een beenlengteverschil voorhanden is, maar omdat die maar 1 cm bedraagt, hoef je die niet te corrigeren.

· KISS beschrijft een ziektebeeld, dat zonder kennis als houdingsverandering geïnterpreteerd kan worden.

Reeds aan het begin van de 50-er jaren heeft Dr. Gottfried Gutmann, op zijn ervaringen met de behandeling van kleine kinderen met manuele therapie gepubliceerd
Hij noemde dat ziektebeeld toentertijd "das Atlas-blockierungssyndrom", het werd ook als 7-de syndroom aangeduid, anderen noemen het tot vandaag "Schräglagedeformität"
In het middelpunt van de pathogenetische verklaringen stond daarbij de hoog cervicale gewrichtsblokkeringen als leidende factor.

Dr. Heiner Biedermann merkte al in 1991 op in het pediatrisch tijdschrift Der Kinderarzt, dat niet de hoog cervicale gewrichtsasymmetrie zélf behandeling nodig heeft, maar pas in samenhang met de passende onderzoekgegevens een ziektebeeld vormen.
Een groot gedeelte van de potentiële KISS-kinderen ligt net als de kleine jongen in spontaanhouding met op de schouders geknikt hoofdje en een scoliose van de romp concaaf naar de kant van de knik met blik naar de tegenoverliggende zijde.
Gedeeltelijk gaat het hier om een dwanghouding met opistotonus. Het hoofd heeft een achterhoofdsasymmetrie met asymmetrische kaalheid of een kleine tot duidelijke gezichtsscoliose, de bewegingen zijn eenzijdig benadrukt in een pathologisch patroon, het beeld herinnert aan de vroegkinderlijke cerebralparese.
Óf de kinderen zijn in het saggitale vlak geblokkeerd, ze houden het hoofd in middenhouding gereklineerd, lijden onder persisterende Mororeflex.
Aanwijzend is vaak een vervroegd bang zijn voor vreemden bij het onderzoek 4 in de 3-4-de maand.
Anamnestisch speelt de geboorte met al haar facetten van vervroegd breken der vliezen, van houdingsanomalie tot de protraherende verlopen met geboortehelpende handgrepen een aanwijzende rol.
Wij weten zeker vandaag nog niet alles over de oorzaken, de geboorte schijnt niet de enige irritatie te zijn, die tot KISS voert.
Veel meer is een familiair verloop te zien, met een geringe voorkeur bij jongens.
De vraag moet nog beantwoord worden, of zich het kind naar aanleiding van een intra-uterine ontwikkeling of een genetisch gedetermineerde KISS in de verkeerde houding en geboorteproblematiek manoeuvreert of dat KISS eerst bij de geboorte ontstaat.
Dat het hoofdje bij de geboorte via natuurlijke weg een duidelijke beweeglijkheid nodig heeft om de benodigde hindernissen te overwinnen, is onbestreden en een zekerheid. Opgave van de vroedvrouwen is het, deze omstandigheid vroeg te herkennen en de geboorte dientengevolge te leiden, om geen extra irritatie op de hoogcervicale regio en daarmee het cervicale receptorenveld te zetten.
Prof. Bodo Christ, embryoloog uit Freiburg, benoemt deze regio daarom ook
"Het vitale centrum van de mens" .
KiSS te diagnosticeren én behandelen biedt de mogelijkheid,
bij vele kinderen en later volwassenen,
problematische biografieën te verhinderen.
We weten uit de neurofysiologie, dat de hoog cervicale regio een belangrijk centraal punt inneemt voor propriocepsis en nociceptie op de doorgang naar de hersenen en daarmee naar de verdere centraal neurologische verwerking. De vroegkinderlijke ontwikkeling is gebaseerd op de differentiële sensomotorische programma's, die weliswaar genetisch verankerd en gebaseerd op haar rijping, maar van vele factoren afhankelijk zijn.
Een sleutelpositie neemt de kennis van de regelmechanismen ter sturing van de lichaamshouding in. Dát loopt van het begin af aan over de intergratie van houdings- en statokinetische reflexen. Het centrale zenuwstelsel maakt daarbij gebruik van veel informatie, b.v. uit het binnenoor, de ogen, uit de wervelgewrichten, de musculaire- en bindweefselstructuren, waarbij de propriocepsis in de zogenoemde nekregio een beslissend element in de sensomotorische sturing is. Zij geven het houdings-, en bewegingsgevoel en reageren op spanningsveranderingen in de gewrichtskapsel, banden, pezen en spieren.
De nocisensoren zorgen voor de motorische, vegetatieve en gedragsbiologische uitingen van de pijn. Zij hebben een hogere prikkeldrempel dan de proprioceptoren en worden door grotere belasting van de gewrichtskapsel zoals b.v. trauma(trekken, drukken, verstuikingen van de cervicale WK door "KRISTELLERN", vacuüm en andere door de situatie benodigde manipulaties tijdens de geboorte) geprikkeld.
Daartoe behoren natuurlijk ook prikkeltoestanden, ontstekingen of reversibele dyfuncties.
Eenvoudig gezegd: de bovenste cervicale wervelkolom is ontvanger van waarnemingen uit het lichaam zelf en uit de buitenwereld - afferentie- en uitgever van wat het centrale zenuwstelsel uit deze regio uitfiltert, inprogrammeert, nadat het met hoger gelegen structuren in de cortex en subcortex vergelijkt, analyseert, differentieert en dan als efferent integreert.
Zijn er segmentaal functionele storingen in deze regio, dan is ook het differentiëren gestoord en het komt tot storingen van de neuromotorische ontwikkeling.
Met andere woorden: als de propriocepsis goed is, heeft de nocisensoriek weinig invloed. Het zenuwstelsel kan selectief functioneren.

Voorbeeld van een huilbaby en koliek-kind:
Hier heeft door de geboorte een irritatie van het proprioceptieve systeem plaats gevonden.
Het komt tot een dysfunktie = storing in de gewrichten, spieren, fascie, de pijnreceptoren worden aangesproken, het kind maakt gebruik van zijn primaire reflexen, die in dienst staan om te overleven zoals Moro-reflex, tonische labyrinth- reflex voor en achterwaarts en ATNR. De bewegingspatronen, die daaruit ontstaan, worden tijdelijk fout geïnterpreteerd: Het heet dan, het kind kromt tezamen of overstrekt zich, heeft dus buikpijn, heeft zogenaamde 3-maandendarmkrampjes en heeft farmacologische hulp nodig.
Natuurlijk heeft dit kind ook darmgeluiden en winderigheid, die we werkelijk voelen en horen kunnen, alleen ze zijn niet de oorzaak van de storing. Zij zijn de laatste druppel, die de emmer doet overlopen.
We hebben al op deze leeftijd een sensorische storing.
Als de bovengenoemde reflexen persisteren komt het tot verdere problemen.

Ik waarschuw ervoor, om verschillende redenen, deze kinderen een zogenaamde "ontschuimers" te geven. Ze hebben niet alleen geen werking, maar ze versluieren de werkelijke oorzaak en daarmee het juiste tijdstip deze storing te herkennen.
Ook hoeven de ouders dit niet allemaal te doorstaan, zoals dat zo vaak gezegd wordt. Hier moet naar functiebeperkingen in de (cranio)cervicale wervelkolom gezocht worden én behandeld worden, zodat de ontwikkeling ongestoord kan verlopen.

KISS is een beginsymptoom, dat levenslang gecompenseerd moet worden en dan tot vervolgpathologieën zoals dyspraxie en dysgnosie, structurele veranderingen van het bewegingsapparaat en hoofdpijn voeren kan.

Om bij huilbabies en koliekbabies als model te blijven:
Het sterkste proprioceptieve systeem is het visuele, welke met 3 maanden relatief goed ontwikkeld is. Kinderen beginnen hun handen voor de ogen tezamen te voeren en te bekijken (begin van symmetrische ontwikkeling?)
Een nieuwe weg van de sensorische ontwikkeling is ingeslagen en houdt het kind bezig. Zijn nieuwsgierigheid is gewekt en hij wil dit uitproberen.. Het visuele systeem is geprikkeld en het kind wil alles in motoriek omzetten. Het speelgoed om hem heen motiveert, het lichaam probeert - na het succesvol overkruisen van het midden, de zijlig in te nemen, om het voorwerp dat hem interesseert te grijpen, zich terug te draaien, het voorwerp te bekijken, het naar de mond te leiden, het te integreren.

Het (cervicaal) geblokkeerde kind zal het aan één kant redden, zal dan met frustratie reageren, als aan de andere kant iets interessants ligt, zal huilen, om toch nog uit de houding te komen, niet uit eigen kracht. Meestal heeft het geleerd, dat de moeder hem dan omhoog neemt, om hem gerust te stellen of af te leiden. Spel en concentratie en daarmee de planning zijn onderbroken. Dit kind krijgt al snel het stempel "vermoeiend, veeleisend, ontevreden".
Het rustige kind vermijdt het contact met de pijnvolle functiestoornis, als hij lusteloos liggen blijft, de wereld om hem heen heeft weinig uitnodigends. Dit kind krijgt de stempel "lui" of "makkelijk".
De voorbeelden kunnen wij uitbreiden met het late of eenzijdige kruipen, het persisterende tijgeren, het bil glijden (billenschuiver) enz.
Al de (afwijkende) motorische verschijnselen zijn compensatiepogingen van het kind zijn soortspecifiteit te bereiken, namelijk de opgerichte gang, het zuiver hanteren en de goede begrijpelijke spraak.
Ontwikkeling van dyspraxie betekent, deze mens heeft te veel omwegen, frustraties, compensaties gebruikt, om zijn omgeving te imiteren.
De uiting van zijn genetisch voorgegeven model kon niet plaats vinden, zijn leren heeft in de basis een litteken.
Deze mens zal zoveel kracht nodig hebben motorische vorderingen te maken, dat zijn leven benadeeld verloopt, hij in verhouding met anderen niet mee kan doen en het tot psychische problemen komt.
De dysgnosie volgt na de dyspraxie en beschrijft het niet optimaal kunnen waarnemen van vormen, figuur, ruimte, houding, stemmingen, menselijke verhoudingen etc.
Bij veel mensen uit zich dit in lees en schrijfstoringen, dyskalkulie, opvallend gedrag tussen mensen en onder druk; de emotionele en sociale intelligentie lijden.

KISS vereist voor zijn diagnostiek mensen, die over de betekenis van het cervicale receptorenveld geïnformeerd zijn en die een repertoire aan onderzoeksmogelijkheden tot hun beschikking hebben, die de menselijke ontwikkeling op zijn juiste verloop beoordelen kan.
Ik maak vóór het lichamelijke onderzoek gebruik van de uitvoerige zwangerschaps- en geboorteanamnese.
Discrete peripartale houdingsanomalieën, waarvan de gevolgen door de vroedvrouwen misschien helemaal niet zo belangrijk ingeschat worden, want ze worden vaak niet gedocumenteerd, maar spelen een grote rol: Zoals de voorste HiH-ligging, de voorhoofdsligging, de BEL en de geboortehulp aktiviteiten van de vroedvrouw en tekenen als zwakke weeënaktiviteit, NSU en het voortijdige breken der vliezen, de zwangerschapsduur. Vooral de verlengde zwangerschapsduur en de verlangzaamde geboorte worden diagnostisch belangrijk gevonden
Deze kinderen konden zich in vroedvrouwenjargon" niet juist instellen".
Ze bieden de uterusuitgang niet dat deel van het hoofdje- verschillend bij de verschillende hoofdvormen- , die de juiste impuls voor de geboorte kan inleiden, dat betekent: de geboorte verloopt vertraagd. Het kind glijdt misschien terug, hulpgrepen, die de cervicale wervelkolom traumatiseren worden gebruikt.

Verder de anamnese over de borstvoeding, de makkelijkste zijde, het moeten stoppen met de borstvoeding omdat met de fles alles beter functioneerde. De niet optimale houding van de hoog cervicale gewrichten bemoeilijkt het zuigen aan de borst en het komt dwangmatig tot problemen met de lactatie.
Belangrijk ook: de manoeuvres bij het aanleggen aan de borst geven zoals "hij wil liever in lig, doormiddel van een kussen, zuighoedje, voetbalhouding". Hier wordt het kind zonder rotatie van de zogenaamde goede tot schijnbaar slechter gevende borst getrokken.

De eerste indruk bij het betreden in de spreekkamer geeft direct aanwijzingen:
De moeder draagt het kind b.v. in vliegersgreep,
Of: het hoofdje hangt over haar gebogen arm overstrekt,
Of: de moeder beweegt zich met dansende bewegingen met het kind op de arm door de ruimte.
Niet te onderschatten in hun waarde zijn in hun verklaringen ook de verhalen van de ouders, vooral bij KISS-kinderen, die extreem huilen: "De baby huilt de hele dag zonder aanwijsbare oorzaak, soms vanuit volledig goed humeur, wil dan alleen maar gedragen worden, aan de borst, maar huilt en heeft dan weer een hekel aan de borst, hoewel hij moe en hongerig enz. is. Het is verschrikkelijk en dat alles, terwijl men zo van dit kind houdt en het een gewenst kind is.
Gered van de wanhoop en mishandeling van hun kind- en dat benadruk ik ook als indicatie voor therapie, heeft geleerd, dat het aanbrengen van proprioceptieve prikkels iets bewerkt.
Hier wordt opgesomd: de buikmassage met zgn. oliën, schommel en wiegen op de arm, het ophangen van het bedje aan een "Lalababe-veer" aan het plafond, 'savonds rijden met de kinderwagen of auto.
U herinnert zich aan wat ik over propoicepsis en nocicensoriek gezegd heb.
In de zin van: als ik dansen wil, doet mij het been niet zeer.

De lichamelijke en neurologische onderzoeking geeft verdere aanwijzingen op funktiebeperkingen, -stoornissen en gewrichtsblokkades:
De sterkste aanwijzingen heeft de test van de kinesiologische ontwikkeling volgens Vojta. En dan vooral de Peiper-Isbert, Collis horizontale en verticale, de Landaureaktie, verder de Galantreaktie of ruggegraatreflex. Deze moet verdwenen zijn na de 3-de maand ( let op de zwangerschapsduur). De verdere onderzoekingen zijn van de
hoog cervicale wervelkolom:
1. De rotatietest: het hoofdje wordt passief naar rechts en links geroteerd, er komt een duidelijke pijn- en remreaktie aan de geblokkeerde zijde. Pathologisch is de "en bloc" rotatie van hoofd en romp en de strekking van de heup- en kniegewrichten met endorotatie van de benen.
2. Lateroflexietest van het hoofdje: Het hoofd wordt passief naar links en rechts gelateroflecteerd. Fysiologisch is de rompconvexiteit naar de heterolaterale zijde, pathologisch de achterwege blijvende rompflexie, vooral als gelijktijdig reklinerende strekbewegingen volgen.
3. Lateraalkiepreaktie of houdingsreakties: Aan de geblokkeerde zijde zakt de romp met afgezwakte spiertonus tezamen, het komt tot geen strekking van de bovenliggende extremiteit en ook niet tot reaktie van het hoofd in de ruimte.
Deze testen zijn een effektieve analyse van de synergieverrichtingen van het receptorenveld van de hoog cervicale wervelkolom en het labyrintorgaan, deze tests zijn net zo goed toe te passen voor het meten de effekten van de therapie na de behandeling en geven informatie over de mobiliteit van de CWK (hoofdbalans en gehel WK (rompbalans)
Bij oudere kinderen vindt de analyse van de motorische verrichtingen als motokybernetische test met onderzoeken van enkele testen zoals langzit, afspringen van de bank, één-been-stand, hinkelen, arm/been sprongen, schaarsprong, tenen- en hakkengang voor en achterwaarts, zijwaarts huppelen, zijwaarts koordansersgang, spiegelschrift, diadochokinese, vinger-duim-oppositie, hand-vuist-wisselingen.

Verder het testen van de hersenzenuwen, pupillen-oculo-motoriek, tong en zacht gehemeltebewegelijkheid, lippentuiten, testen der kauwspieren, vinger-neus, vinger-vinger-test.
Voor de volledigheid mag de anamnese van de A.D.L. motoriek niet vergeten worden: trappengang, struikelen, fietsen, steppen, schommelen, balspelen, beweegbare bruggen gaan, glijbanen, etc.
Tot het lichamelijk onderzoek hoort naast de neurologische ook de orthopedische, de manueeltherapeutische, al bij het jongste kind.
Ik onderzoek hierbij de aktieve en passieve mobiliteit en de mate van mobiliteit in alle richtingen van de cervicale wervelkolom, beginnend met het iliosacraalgewricht, de lumbale wervelkolom en de thoracale wervelkolom.
Bij de geschoolde onderzoeker worden al met deze zachte onderzoekingen funktionele blokkades gevonden en opgeheven.
De verklaring van de oorzaak van de storing kan dan relatief goed worden gegeven, of hier een eerder bovenliggende centrale funktiesstoring of een perifere funktionele dysfunktie aan ten gronde ligt.

KISS wordt door een minimale therapie door middel van een impuls b.v. volgens Gutmann ( EWMM) of de reflexbehandeling over het hoog cervicale receptorenveld volgens Arlen opgeheven, omdat eerst na het opheffen van de funktionele blokkade de noodzakelijke sensomotorische rijping kan plaatsvinden.

KISS-kinderen hebben pijn bij de reklinatie van het hoofd, bij de aanraking van het hoofd en de nekregio, b.v. bij de trui uitdoen of de muts als ook bij haar kammen en tanden poetsen (ouder kind).Bij de test van de ATNR, bij het heen en weer schuiven van het hoofd op de ondergrond, wat aan het achterhoofd een kale plek achterlaat, de zogenaamde KiSS-vlek. Het staat in samenhang met de verhoogde tonisering van de rugmusculatuur en is een belangrijke bouwsteen voor de diagnose.
Oudere KISS- kinderen zijn onrustig, springerig, lijden onder ongemotiveerde woede- en gevoelsuitbarstingen, afweer, angst, geslotenheid tot de diagnose ADHD met of zonder hyperkinesie, POS of tekenen van autistisch gedrag.

Ouders met een KISS-kind hebben een ware Odyssee achter zich en bij steeds meer kinderen staat aan het eind de therapie met stimulantia.

De slotzin van een "verder zeer informatieve bijeenkomst over ADHD en zijn therapie luidde: "Wij moeten ons aan de gedachten wennen, ook al 13 maanden oude kinderen met "ritalin" te behandelen, want voor de kinderen met ADHD hebben de ouders geen genetisch programma, om met hen adequaat om te gaan.

Mijne dames en heren, tijdens de gehele bijeenkomst werd in de casuïstiek noch op de zwangerschaps- en geboortemodaliteiten met haar belastende factoren ingegaan, noch werd vermeld, dat er afferenten, efferenten, een hoog cervicaal receptorenveld als eerste station van de centrale verwerking, propriocepsis en nociceptoren bestaan, noch dat mechanoreceptoren en chemoreceptoren bestaan, die bij het ontstaan van het evenwicht, kinestesie enz. een overdragende rol spelen, ook bij overprikkelen en kanaliseringproblemen. De humorale factoren werden al helemaal niet besproken en ook niet de eenzijdige belasting van dopominergen receptoren door ritalin.

Ik vraag om opheldering van deze neurofysiologische basisbegrippen en tot begrip van de plasticiteit van de hersenen bij auteurs zoals Gino Gschwend, Nelson Anunciato, Vaclav Vojta, Jean Ayres, Bodo Christ, Nino Ramirez Lees deze auteurs!

De levensverhalen van de op dit congres voorgestelde ADHD- kinderen en volwassenen lijken op de kasuïstieken van KISS-kinderen. De overeenkomsten van de anamnese zouden echt tot verder onderzoek moeten leiden.
Te snel inzetten van verschilllende medicamenten is persé te vermijden.
Alle betrokkene in het voorveld moeten voldoende opgeleid zijn, om de (zoveel mogelijke-vertaler) afwijkingen juist te ordenen, want zo alleen laat zich schade op de lange duur vermijden, die ook door medicamenten kunnen ontstaan namelijk door eenzijdig benadrukking in het rehabilitatiesysteem.
Bij enige kinderen, die ooit eenmaal een kompetente manueeltherapeut in de waarste zin van het woord in de hand gevallen zijn, kon ritalin vermeden worden, omdat ze door gerichte manuele therapie hun hoogcervicale stress verloren zijn en daardoor de mogelijkheid behielden, hun storing te modificeren tot normaal..
Dit is van veel faktoren afhankelijk,
· zoals van het tijdstip van de therapie: hoe eerder, des te beter.
· Van de personen uit de omgeving, hoe deze de mogelijkheden van het veranderde waar te nemenen te begeleiden,
· en van de structurele gesteldheid van de wervelkolom naar jarenlange funktionele dysfunktie.

De beide hierboven aangehaalde manueeltherapeutische richtingen kunnen de aanhangers verassende resultaten nawijzen, de ouders berichten dikwijls na maar één behandeling dat ze een ander kind kregen, het huilen en de onrust zijn opgehouden.

Zelfs bij het oudere kind met de boven genoemde storing kan men nog iets bereiken. Ze worden opener, geinteresseerder, nemen hun omgeving beter waar, voelen, wat men van hen verwacht, bereiken een betere sociale competentie.

De blijkbaar effekvolle therapieën zijn enorm toegenomen, zoals cranio-sacraal therapie, osteopathie, acupunctuur, acupressuur, neuraaltherapie, facial balancing, die allen niet nieuw en in andere landen al lang erkend worden.
Daar heeft het onderzoek van de hoog cervicale regio nu al een plaats in de voorzorgonderzoekingen gekregen.

Zolang men (kinderartsen) deze therapieën, m.n. de manuele therapie in de cranio-cervicxale regio, met openheid en vanuit eigen vakbekwaamheid (CB-arts en kinderarts) tegemoet treedt, is tegen het aanwenden van therapieën uit die specialistische vakgebieden (CB_ en kinderarts) zeker niets in te brengen.
Deze artsen zijn vanzelfsprekend verplicht het effect van deze vorm van manuele therapie te kontroleren en te verifiëren, niet te veroordelen. Zij en wij hebben de plicht en het recht erover geïnformeerd te zijn waar zij/wij achter staan en wat zij/wij afwijzen.
Angst verbreiden moet je vermijden, ook niet voor de noodzakelijke Röntgenfoto's, die zijn gerechtvaardigd door het uitsluiten van misvormingen, pathologieën van de CWK en ter ondersteuning van de therapieplanning bij noodzakelijke manipulaties aan de cervicale wervelkolom.

KISS in de diagnose en therapie is een "must" voor iedere kinderarts.

Talrijke kinderartsen zijn deze weg al ingeslagen en hebben deze afwijkingen al geprobeerd in een verband te brengen, hebben echter ook opgemerkt dat er niet genoeg kompetente therapeuten zijn.
Het moet de belangrijkste opgave van de arts zijn een gewond individu ad Integrum tot genezing te brengen, niet hem zó te helpen, dat een litteken ontstaat.
KISS onbehandeld te laten, betekent het ontstaan van een litteken in de hand te werken.

Door een litteken ontstaat (noodzakelijk gedwongen) kompensatie en die is per definitie minderwaardig.. De therapie moet dáár aangrijpen, waar de schade heeft plaatsgevonden, namelijk in de bovenste cervicale regio.
De processen van het compenseren gaan geleidelijk over in decompenseren.

Daarom eist een andere arts in zijn lezerscollum op mijn bovengenoemd artikel, dat het belangrijk is, hierin de kinderartsen te scholen, om de kinderen uit de overvolle orthopedische praktijken terug te brengen in het spreekuur van de kinderartsen, want daar horen ze thuis.

Ik ben er zeker van, dat de manuele therapie te leren is en moet in ieders belang ook persé tenminste voor het deel van het onderzoek en diagnostiek door iedere kinderarts worden aangeleerd. De rest komt dan met interesse en handigheid. Natuurlijk heeft u de tijd en ervaring nodig.

Mijne dames en heren, ik kom aan het slot, maar niet zonder u met de woorden van Schopenhauer een inschatting mee te geven waar wij ons vandaag met de acceptatie van het KISS syndroom bevinden:

Ieder probleem doorloopt tot zijn erkenning 3 trappen:
· Ten eerste lijkt het belachelijk
· Ten tweede wordt het bestreden
· In de derde en laatste fase wordt het als volledig normaal erkent.

Wij bevinden ons in de tweede fase

Ik dank voor uw aandacht

Op aanvraag kunnen de vertalers de originele Duitse tekst ter beschikking stellen - mohrmt@planet.nl

Zie ook www.kiss-kinderen.nl en www.manmed.de

  
Grafik unten